Brandveilig isoleren
Zie ook de informatie bij 'Wet- en regelgeving' m.b.t. brandveiligheid.
Zie ook de informatie bij 'Wet- en regelgeving' m.b.t. brandveiligheid.
"Als zelfs de brandweer in een onderkomen van EPS wil wonen, werken en slapen, dan moet het wel goed zitten met de veiligheid"
Uit artikel: Brandweerkazerne Zwolle van EPS.
Alle EPS die door BEWI IsoBouw geproduceerd wordt is van SE-kwaliteit (afgeleid van Schwer Entflammbar/ Self Extinguishing). Dit betekent dat de bijdrage tot de brandvoortplanting beperkt is. De SE componenten draagt bij aan een brandveilige toepassing voor de totale levensduur van een gebouw en/of constructie. De componenten spoelen niet uit of lossen niet op in water en de werking verdwijnt niet in de loop van de tijd.
EPS‑SE verweekt vanaf circa 90 °C en smelt weg bij hogere temperaturen. Bij ongeveer 450 °C kan ontbranding optreden. In een constructie wordt EPS altijd afgedekt door andere materialen, zoals gipsplaten, hout of steen, waardoor het gedrag van de totale constructie bepalend is voor de brandveiligheid (end‑use principe).
Bij de bepaling van de brandveiligheid van een constructie is wettelijk bepaald dat niet het gedrag van de afzonderlijke materialen maar die van de totale constructie bepalend is (End use). Of anders gezegd: Bij een constructie waar een niet onbrandbaar materiaal wordt beschermd door andere materialen (bijvoorbeeld gipsplaten of een stenen muur) kan de brandwerendheid net zo groot, en de brandreactieklasse net zo goed zijn als bij een constructie waarin vermeend onbrandbaar materiaal verwerkt is. EPS wordt nooit als kaal materiaal toegepast, maar altijd ingebouwd in een bepaalde constructie (hetzij fabrieksmatig, zoals bij dakelementen of op de bouw, zoals bij vloer- en spouwmuurisolatie). De BEWI IsoBouw-producten voldoen daarom in hun toepassing aan de Europese regelgeving.
BEWI IsoBouw laat haar producten regelmatig testen door vooraanstaande instanties, zoals Efectis. Deze testen tonen aan dat BEWI IsoBouw-producten uitstekend scoren m.b.t. de brandveiligheid. Zo hebben de SlimFixXT dakelementen een Eurobrandklasse C-s2, do (eis D) en onze plat dak isolatie de, in deze toepassing, hoogste haalbare Eurorandklasse B-s1, do (zie ook wet- en regelgeving).
Bij verbranding van constructies ontstaan diverse emissies. Vaak zijn deze ongevaarlijk, maar soms kunnen zij een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Ook bij brand van constructies waarin isolatiemateriaal zit, ontstaan diverse emissies. Meetresultaten tonen aan dat bij de verbranding van EPS geen schadelijke emissies vrij.
Na een brand rest de opruiming. Dit kan deels recycling zijn, maar vaak is dit niet meer aan de orde. Stort of vuilverbranding zijn dan de opties. Bij EPS kunnen geen vezels vrijkomen. VBij het normaal opruiimen van EPS zijn dan ook geen beschermende kleding of andere beschermingsmiddelen nodig.
Onderzoek (TNO, BDA, diverse publicaties) toont aan dat isolatiemateriaal een beperkte bijdrage levert aan de totale vuurbelasting. Isolatiemateriaal maakt slechts een klein deel uit van een totaal gebouw. Ook de overige constructieonderdelen dragen bij aan een brand. Het interieur is veelal bepalend voor de totale vuurbelasting van een gebouw. Onderzoeken wijzen dus uit dat de rol van isolatiemateriaal in een brand ondergeschikt is. Wij concluderen daarom dat de toepassing van kostbare en zogenaamde "onbrandbare" materialen dan ook geen garantie voor een beperkte gevolgschade biedt.
Voorbeeld vuurbelasting in MJ/m2 bij toepassing als plat dak isolatie (RD 3,5):
Bij sommige verzekeringsmaatschappijen bestaat de indruk dat constructies met EPS wel branden en die met zogenaamde "onbrandbare" isolatiematerialen niet. Dit verdient enige nuancering. Constructies met zogenaamde "onbrandbare" isolatie kunnen net zo goed of slecht branden als elk ander constructie. Onderzoek door BDA en TNO in Nederland onderbouwt de mening van BEWI IsoBouw dat de toepassing van zogenaamd "onbrandbaar" isolatiemateriaal een brand niet voorkomt en ook de gevolgschade achteraf niet beperkt.
Met EPS kan absoluut brandveilig gebouwd worden. BEWI IsoBouw heeft dat nogmaals willen benadrukken door diverse grootschalige brandproeven bij gerenommeerde instituten te laten plaatsvinden.
1. Praktijkproef rechtstreekse vuurbelasting op een blok kaal EPS-SE onder toezicht van Nibra, verzekeringsmaatschappijen, brandweercommandanten en TNO.
|
|
Bekijk de videoclip van deze proef. (Dit is een download)
CONCLUSIE PROEF: EPS-SE SMELT, TREKT ZICH TERUG VAN DE VUURLAST, MAAR BRANDT NIET!
2. Grootschalige praktijkproef: Spouwisolatie met EPS, PUR en minerale wol.
|
|
|
| EPS-SE smelt weg bij directe vuurbelasting. Het wegsmelten stopt bij het wegnemen van de vuurlast. | PUR blijft nog geruime tijd nabranden met een sterke rookontwikkeling. | Minerale wol smelt weg bij directe vuurbelasting. Het wegsmelten stopt bij het wegnemen van de vuurlast |
Bekijk de videoclip van de proef. (Dit is een download)
CONCLUSIE PROEF: EPS-SE SMELT WEG BIJ DIRECTE VUURBELASTING. HET WEGSMELTEN STOPT BIJ HET WEGNEMEN VAN DE VUURLAST.
3. Algemene conclusies n.a.v. talrijke brandproeven
Bij kleine en grote branden worden snel conclusies over de oorzaak getrokken. Iedere betrokkene doet dat vanuit zijn of haar eigen perceptie, deskundigheid of zakelijk belang. Zo worden als oorzaak vaak brand en isolatiematerialen in één adem genoemd. Hierbij wordt niet zelden beweerd dat kunststof isolatiematerialen (waaronder EPS) in veel hogere mate zouden bijdragen aan een snelle branduitbreiding en het risico van brandschade onacceptabel zouden verhogen. Deze uitspraken zijn, naar onze mening, ongegrond en veelal geuit vanuit commerciële belangen. De praktijk wijst iets anders uit.
BDA (Bureau DakAdvies) en TNO voeren in opdracht van Stybenex in Nederland al enkele jaren onderzoek uit naar grote industriële branden met een schade groter dan één miljoen. Van ieder onderzoek is een rapportage beschikbaar. De reden voor de uitvoering is dat de branche het bewijs wil kunnen laten zien dat de keuze voor bepaalde isolatiematerialen niet bepalend is voor het ontstaan of verloop van een brand. Gebruik van zogenaamde “onbrandbare” isolatie biedt geen garantie dat een brand in omvang en gevolgschade wordt beperkt.
Onderzoeksgegevens:
Bij alle stoffen die verbranden komen er gassen vrij. Omdat EPS nagenoeg alleen uit koolstof en waterstof bestaat zijn de verbrandingsgassen zelfs schoner dan die bij de verbranding van eenzelfde hoeveelheid hout.
Nee, de SE-componenten spoelen niet uit of lossen niet op in water.
Het isolatiemateriaal maakt slechts een klein deel uit van een totaal gebouw. Vooral het interieur bepaalt veelal de totale vuurbelasting van een gebouw.
In Nederland wordt EPS het meest toegepast als isolatiemateriaal. In Denemarken wordt de markt vrijwel geheel gedomineerd door minerale wol, volgens de fabrikanten een brandveiliger materiaal.
De feiten: In 2016 vonden er in Nederland 33 fatale woningbranden plaats, waarbij het te betreuren valt dat hierbij 37 bewoners om het leven kwamen. In Denemarken is dat aantal twee keer zo hoog, terwijl zij een derde van het aantal inwoners hebben.